Vervolginterview met Michaël Sels, innovatiemanager klinische voeding in het universitair ziekenhuis van Antwerpen.
Wat is jouw rol binnen de zorg?
Als innovatiemanager klinische voeding zet ik innovatieve onderzoeksprojecten rondom voeding op, begeleid ik ze en probeer ik er een succes van te maken. Vroeger vond je diëtisten enkel in een diabeteskliniek of op de dialyseafdeling. Nu zitten ze op elke dienst: omdat we weten dat betere voeding leidt tot betere zorgresultaten.
Mensen die een knieprothese krijgen en daarbij beter gevoed zijn, zien we dat ze sneller herstellen. De wetenschap maakt voeding steeds relevanter, en daardoor komen er ook meer onderzoeksvragen.
Immunotherapie is daar een mooi voorbeeld van. Dat is een dure therapie, maar werkt niet bij iedereen. We zien bijvoorbeeld dat mensen die vooraf antibiotica kregen, minder goed reageren. Daarom onderzoeken we of we via voeding het darmmicrobioom kunnen verbeteren, zodat immunotherapie beter aanslaat.
Maar ook op intensieve zorgen wint voeding terrein. Patiënten die in coma liggen zijn er niet om te eten, maar ze moeten wel gevoed worden. Het succes van hun revalidatie hangt ervan af. Dus kijken we of we de zwakte die optreedt na weken op intensieve zorgen , kunnen vermijden door middel van de juiste voeding.
Wordt er meer ingezet op multidisciplinariteit?
Absoluut. Vroeger had je ‘de oncoloog’ en die besliste alles. Nu werken oncodiëtisten, psychologen, kinesisten en andere paramedici samen. Dat geeft patiënten meer kans om hun behandeling volledig te doorlopen, omdat we hen langer fit houden.
Die aanpak zie je overal in de zorg. Na een hartinfarct gaat het niet alleen om een stent plaatsen. Het gaat ook om zorgen dat die patiënt geen nieuwe blokkade krijgt. Voeding speelt daar een rol in. Of kijk naar slaapapneu: in plaats van mensen levenslang met een CPAP-toestel te laten slapen, kijken we hoe we via voeding hun levensstijl kunnen verbeteren en bijgevolg ook hun slaapkwaliteit.
Welke impact hebben jouw innovaties al gehad?
We hebben patiënten een plantaardige welkomstmaaltijd gegeven: een plant-based vol-au-vent, onze ‘vol-au-veggie’. Dat gerecht ligt me nauw aan het hart: het is nostalgisch naar mijn kinderjaren in de brasserie van mijn grootouders.
Die eerste maaltijd is bewust gekozen. Het heeft geen enorme impact op hun gezondheid, maar het inspireert wel om erover na te denken. En met de aantallen die wij elke dag serveren, reduceren we onze ecologische voetafdruk, wat dan weer goed is voor de Green Deal. Naast de vol-au-veggie zijn ook het eerste ontbijt en de eerste avondmaaltijd plantaardig gemaakt. Daarna kunnen ze tijdens de rest van hun opname zelf kiezen of ze plant-based willen eten.
Een ander groot stuk van mijn werk is smaaksturing. Smaakveranderingen door kanker en therapie maken eten soms moeilijk. Alles smaakt naar metaal of karton, of patiënten hebben helemaal geen honger. Dan moet je creatief zijn: verleiden werkt beter dan verplichten. We hebben onderzocht hoe we hen toch met smaak kunnen laten eten. Dat heeft veel verbetering gebracht. Want een dieet dat niet lekker en leuk is, houden de mensen niet vol binnen je kankerzorg.
Zie je dezelfde evolutie voor voeding in woonzorgcentra?
Hoe laat je innovaties aansluiten bij de praktijk?
Voeding raakt een gevoelige snaar. Er zit emotie aan vast. Mensen die door radiotherapie niet meer kunnen eten, of door een beroerte niet meer kunnen slikken… dat raakt niet alleen de patiënt, maar ook hun mantelzorgers en hun naaste omgeving.
Innovaties werken alleen als ze concreet zijn. Soms duurt onderzoek jaren, maar soms zit innovatie in eenvoudige dingen. Maaltijden niet meer als ‘prakje’, maar in componenten aanbieden. Of ontkoppeld koken waardoor de kwaliteit overal hetzelfde is. Dat zijn geen grote wetenschappelijke doorbraken, maar ze maken wél een verschil.
Op de neonatale afdeling hebben we een melkkeuken waar onze cateraar moedermelk portioneert en toevoegingen doet op maat van elk patiëntje. Samen bekijken we ook de bereiding van sondevoeding. Dat vraagt samenwerking, vertrouwen en vooral kwaliteit en veiligheid.
Welke trends zie je als uitdaging of kans?
We hebben het tijdperk gehad dat alles mager moest zijn, daarna het tijdperk van koolhydraatarm eten. Nu zitten we in het proteïnetijdperk. Mijn voorspelling: vezels worden de nieuwe focus.
Er zal ook meer focus liggen op het microbioom. Het microbioom is ons buikbrein. Prebiotica en vezels: ze zijn het voedsel voor die ‘dierentuin’ in onze buik. Hier zullen innovaties of trends op afgestemd worden.
Maar er is zeker een verschil tussen voeding voor preventie, en voeding tijdens ziekte. Ziekenhuismaaltijden moeten ondervoeding vermijden en niet per se bijdragen aan preventie. Tijdens het ziekteproces willen we ondervoeding vermijden en gaan we focussen op bv volle melkproducten. Voor preventie gaan we dan halfvolle of magere melkproducten aanbevelen. Dat onderscheid wordt soms verkeerd begrepen.
Zijn er kansen in technologie en digitalisering?
Steeds meer zorg verschuift naar de thuissituatie. Patiënten moeten we ook daar kunnen opvolgen. We kunnen niet iedereen tegelijk zien, dus moeten we kunnen detecteren wie begeleiding nodig heeft.
Wearables kunnen daarbij helpen. We gaven patiënten weegschalen, bloeddrukmeters, saturatiemeters. Die verzamelen data. Dat zijn allemaal high-tech toestellen. Maar intussen dragen veel mensen zelf al een smartwatch. Als we die data ooit kunnen linken aan medische gegevens in onze beveiligde systemen, dan zitten we in een nieuw tijdperk.
Hoe bewaak je het menselijke in innovaties?
Voeding is meer dan enkel de nutriënten. Het moet lekker, leuk en gezellig zijn. Je kan de perfecte maaltijd geven, maar als de omgeving onrustig of onaangenaam is, werkt de therapie niet.
Ik werk recepten uit in verschillende texturen, van het echte gerecht, over lepelbaar tot sondevoeding. Niet omdat het nutritioneel beter is, daarvoor bestaan farmaceutische producten, maar omdat mensen het psychosociale aspect missen: samen aan tafel zitten, naar de winkel gaan, een nieuwe smaak ontdekken.
We doen ook onderzoek naar de voordelen van zelf voedsel te bereiden , omdat het de vertering van de sondevoeding kan verbeteren. Als je honger krijgt, maakt je lichaam zich klaar om te verteren. Dat proces ontbreekt wanneer je zomaar op een willekeurig moment je farmaceutische sondevoeding aankoppelt.
Welke mindset wordt belangrijker voor zorgprofessionals?
Wil je net als Michaël ontdekken wat er leeft in de industrie? Wil je van anderen leren? Kom op 22 en 23 april 2026 naar Inspire Health & Care in Flanders Expo Gent. Het is dé plek om ideeën op te doen, kennis te delen en samen de zorg van morgen vorm te geven.